(door Harry Bouwhuis)
ZWOLLE - De benedenverdieping van zijn woning oogt als een wielermuseum. Krantenknipsels, foto’s, shirts, bokalen. En vooral veel verhalen. Aloys Berends, oud ploegleider van de Altrex-WV Swolland formatie over de mooiste ronde, de beste coureur, de Zwolse wielrennerij en Laurent Fignon die op 31 augustus alweer zeven jaar geleden overleed.
De 79-jarige wielergoeroe, voorheen ‘aannemer van schilderwerken’ was ooit een talent. Zijn palmares bleef beperkt tot zeges in de Ronde van Wezep, de Omloop van Apeldoorn en een hoofdprijs op de Zwolse Veemarkt. Na een ongeluk en zes weken ziekenhuis kon er al vroeg een streep door zijn carrière. De sprinter kwam uit voor RTVZ, met WSVZ één van de twee Zwolse wielerclubs. Maar het wielerbloed bleef stromen. Berends werd ploegleider, vanaf 1985 van de succesvolle Altrex-ploeg. “We hadden meestal een prima selectie. In de Topcompetitie eindigden we regelmatig bij de eerste drie. Erwin Kistemaker was in mijn ogen de beste coureur, een absolute klasbak. We koersten veel over de grens. Zweden, Oostenrijk, Spanje en Slowakije, dwars door het Tatra gebergte. Fantastisch.”
Route du Sud
“De mooiste buitenlandse herinnering was echter deelname in juni 1988 aan de meerdaagse Route du Sud in Frankrijk, dé voorbereiding op de Tour. Drie amateurformaties mochten meedoen tussen al die profploegen. We werden derde in de Topcompetitie en kregen een ‘wild card’ omdat de nummers één en twee afhaakten.” Onder de deelnemers ook Laurent Fignon die de Tour won in 1983 en 1984 en vierde werd in de Route du Sud 1988 achter winnaar Ronan Pensec, Gilbert Duclos Lasalle en Robert Millar. “Absolute top dus. Het was een geweldige ervaring.” Berends wijst met glinsterende ogen op een foto met Fignon, de Altrex-renners Michel ten Hag, Lodewijk Harmeling, Patrick Strouken en hijzelf. De Parijzenaar werd doorgaans als arrogant en eigenwijs omschreven en won ooit de weinig vleiende ‘Prix Citron’, een persprijs voor de minst sympathieke coureur. Berends kent de verhalen. ”Je merkte wel dat ‘Le Professeur’ een grote meneer was. Maar ook best toegankelijk. Ach, we waren in zijn ogen misschien een onbeduidende ploeg. Maar hij regelde in ons hotel wel een geweldige maaltijd op de laatste dag. En als ik hem daarna soms tegenkwam was hij altijd even vriendelijk. Vijftig werd hij maar, triest.”
Visitekaartje
In 1995 is het na tien jaar over en uit voor de Altrex-equipe. Tot op vandaag bekommert de ras Zwollenaar zich om het lokale wielrennen. “Zwolle heeft eigenlijk nooit landelijk aansprekende coureurs voortgebracht. Gelukkig kunnen we trots zijn op de Ster van Zwolle, een prachtkoers en een mooi visitekaartje.” Zijn spontane initiatief eerder dit jaar om met een spandoek haast te zetten achter de plannen voor een grote wielerbaan en clubhuis viel verkeerd bij WV De Hanzerenners. Een broedende kip moet je niet storen. ”En dat duurt, denk ik, ook nog wel even”, schampert Berends. “Ik heb geen seconde spijt van die actie. Want ik wil zo graag dat het prestatieve wielrennen in Zwolle weer gaat leven. Als ik zie dat WV De IJsselstreek straks wel deelneemt aan Olympia’s Tour en De Hanzerenners niet vind ik dat zo jammer.”
Dit jaar was hij voor de zesde keer present in de Giro. Italië is zijn favoriete land. ”Als ik nog 25 was ging ik er wonen. Wat mij zo aantrekt? De natuur maar ook de tradities. In Italië blijven topsporters altijd helden. Ik was in de kapel van Madonna del Ghisallo, een bedevaartsoord voor wielerfans vlakbij het Comomeer. De fiets van de verongelukte Fabio Casartelli maar ook de standbeelden van Gino Bartali en Fausto Coppi, mijn jeugdidool. In de Giro worden de dranghekken en podia in de finishplaats soms pas een uur vantevoren opgebouwd. Het gaat altijd goed. De Tour is zo massaal, je komt bijna niet meer bij de renners. Alles is geprogrammeerd. De wielersport is mijn leven. Als jochie verslond ik al de uitslagen in de vitrines van het Overijssels Dagblad in de binnenstad. En later luisterde ik naar Jan Cottaar op de radio die vanuit Frankrijk verslag deed vanaf de Tourmalet, 2100 meter hoog. Ik kon het niet geloven en had nog nooit een berg gezien, ja de Suikerberg. Vele jaren later was ik er zelf als ploegleider. De cirkel was rond.”

