(door Mark de Rooij)
ZWOLLE – De bekerfinale maandagavond tegen Cambuur heeft voor een groot deel van Jong PEC Zwolle, inclusief trainer Albert van der Haar, alles weg van een laatste kans. In eigen stadion afscheid nemen met de beloftenvariant op de dennenappel, mooier kan niet. Maar, na de verloren ‘finale’ van de eerste divisie (de B-groep) voor tweede elftallen ligt er wel veel druk op deze wedstrijd.
Het is een mooi seizoen geweest voor de beloften van PEC Zwolle en trainer Albert van der Haar, al moet er nog wel een bekroning volgen willen ze niet met een behoorlijke kater afzwaaien. Na de mislukte kans -door een 1-1 gelijkspel tegen Roda JC greep PEC maandagavond naast de titel en promotie naar de eredivisie voor beloftenteams- volgt deze maandag kans twee. Van der Haar: “Het was zo’n mooie afsluiting geweest voor jongens die hier lang in de jeugd gespeeld hebben en weg gaan. Dat is misschien wel de grootste teleurstelling. En de jongens die eraan komen had je het gegund om in poule A te spelen. Dat is zo belangrijk voor de ontwikkeling van die jongens. En je wilt gewoon op het hoogste niveau spelen. Daar heb je een seizoen lang hard voor gewerkt, dat was een doelstelling, en dat heb je niet gehaald. Het is nu bijna klaar. Ze moeten zichzelf nog één keer opladen.” Dat dit pittig is voor spelers die weten dat hun toekomst niet bij PEC Zwolle ligt, begrijpt Van der Haar heel goed. ”Dromen van spelers zijn geknapt. Hoe prikkel je jezelf dan nog? Dat is heel lastig.”
Voor een grote groep markeert de bekerfinale het einde van hun loopbaan bij PEC Zwolle, en van hun droom om profvoetballer te worden. Zij gaan het leven als student of werkende tegemoet en ballen verder op een lager niveau. Zo niet Hauptmeijer, die maandag op doel staat in de bekerfinale. Afgelopen maandag moest hij zijn plaats onder de lat afstaan aan Mickey van der Hart, die minuten moest maken met het oog op mogelijke play-offs van het eerste. Hauptmeijer, die dit seizoen al één keer zijn opwachting maakte in de hoofdmacht, hoopt net zoals Van der Haar vooral voor ‘die jongens’, op een mooi afscheid. “Het zou mooi zijn als we een keer een feestje kunnen bouwen in de stad. Het is een hecht team. We zijn wel echte vrienden geworden”, zegt Hauptmeijer, die al vanaf de C1 samenspeelt met veel van zijn huidige ploeggenoten en zelf mag blijven hopen op een bestaan als profvoetballer. “Ik ga waarschijnlijk mijn contract verlengen dus ik zit hier nog wel een paar jaar. Maar het is wel een afscheid van veel van die jongens en van elkaar.”
Van der Haar: ‘kaarsje gedoofd’
Voor Van der Haar is het zijn laatste kunstje bij de beloften na drie jaar het elftal van Jong PEC Zwolle onder zijn hoede te hebben gehad. De wisselende samenstelling van de spelersgroep, het dienstbaar zijn aan het eerste elftal, het omgaan met spelers die weten dat ze niet meer in de toekomstplannen van de club voorkomen, het omgaan met aanwinsten die teleurgesteld zijn over (een gebrek aan) kansen in de hoofdmacht. “Enorm leerzaam”, noemt hij het zelf. “Maar het kaarsje is wel een beetje gedoofd. Op een gegeven moment is dat klaar. Je bent niet met een vast team bezig, het is altijd wisselend. Er zit niet veel structuur in. Dat houdt een keer op. Als trainer wil je je ontwikkelen.” Hoe de toekomst van Van der Haar (bij PEC Zwolle?) er uit gaat zien is onduidelijk. Zeker is dat het vijftigjarige clubicoon, die meer dan vijfhonderd wedstrijden in het eerste elftal speelde en al 22 jaar verbonden is aan de club, er veel aan gelegen is afscheid te nemen met een prijs.
Maandagavond (7 mei) dient zich daarvoor de tweede en laatste kans aan. “Het gaat niet om mij”, stelt Van der Haar. “Het is meer dat je gespannen bent voor de jongens. Je gunt ze een prijs. Het gaat niet om mijn roem ofzo. Voor die jongens die afscheid nemen van PEC Zwolle, en in sommige gevallen van een bestaan als profvoetballer, zou het mooi zijn; afsluiten met een prijs.”
In de kijker spelen
Van der Haar wijst ook op een ultieme kans voor die jongens om zich in de kijker te spelen. Trainers en scouts zitten tijdens die bekefinale op de tribune, weet Van der Haar. Het is een extra facet dat om de hoek komt kijken: jongens spelen niet alleen voor een prijs, maar ook voor hun toekomst. “Het kan maar zo. Dat is niet iets waar die jongens zich druk over moeten maken, maar het gebeurt wel. Spelers kunnen worden afgerekend op een wedstrijd op het hoogste niveau. Maandag is zo’n wedstrijd.”

