ZWOLLE – Met nog vijf minuten te gaan stuitert een bal van Marissa Hersevoort via beide palen uit het doel en over de zijlijn. Het zit Travelbags/HV Zwolle niet mee. In de tegenaanval vergoot Nijhof/Broekland de voorsprong naar 23-29. Het gejuich, in het veld en op de bank van de bezoekers, is dat van een ploeg die weet dat het een concurrent in de strijd om het kampioenschap heeft verslagen.
Een maatje te groot, te gehaast, veel spanning, gewoon (nog) niet goed genoeg. Toeschouwers die de Sporthal Zwolle-Zuid verlaten, zoeken naar oorzaken van de duidelijke nederlaag van de Zwolse handbalvrouwen tegen koploper Nijhof/Broekland, dat voor de topper slechts een puntje meer heeft.
Zwolle had zich dan ook heel wat meer voorgesteld van het topduel in de eerste klasse A. Maar het komt er niet uit. Spanning lijkt de ploeg in de eerste minuten te verlammen. Broekland neemt een 1-5 voorsprong en dat is een gat dat Zwolle in de resterende 55 minuten niet meer weet te dichten. Een paar keer komt het nog dichtbij. Aan het einde van de eerste helft krijg het twee kansen liggen om er 13-17 van te maken. In plaats daarvan wordt het 12-18.
In de gelijkopgaande, aantrekkelijke tweede helft, komt Zwolle door een benutte strafbal van Hersevoort op 19-22. De kans om het verschil terug te brengen tot twee goals gaat verloren. Het wordt 19-24 en dat verschil van vijf staat er ook na het laatste fluitsignaal nog.
“De teleurstelling is groot natuurlijk”, zegt trainer Lambert Bouwman als hij de kleedkamer uitkomt. “Broekland was vandaag in het geheel beter dan wij. Dat is de realiteit. We hebben te veel kansen nodig. In de eerste tien minuten hebben we het laten liggen. Daar moeten we de hele wedstrijd tegenaan vechten.”
In de tweede helft ziet Bouwman een gelijkwaardig gevecht. “Zij maken meer gebruik van de kansjes dan wij. Zij pakken de bal net wel, en wij niet.” In de komende weken wordt de titelstrijd beslist, denkt de handbaltrainer.
“Komend weekeinde moeten wij tegen Overwetering en die week daarna speelt Broekland tegen Overwetering. Wij kunnen allerlei scenario’s bedenken natuurlijk (waarin het weer spannend wordt, MdR). Maar dat is koffiedik kijken. Als je volgende week verliest sta je vijf punten achter en dan is het klaar. Ik roep het al langer: de competitie duurt heel lang. Je bent niet zomaar kampioen of titelkandidaat. Er spelen zoveel dingen mee. De scheidsrechter, publiek, je tegenstander, je eigen vorm. Noem maar op. Ik ben een aantal keren kampioen geworden en dat gaat altijd om de laatste stukjes. ”




