De Swollenaer

Zaterdag, 14 maart 2026

Nieuws uit Zwolle en omstreken

'Direct commentaar geven zit niet in deze cultuur'

'Direct commentaar geven zit niet in deze cultuur'
HC Zwolle-Myra. Vervelend incidentje, vlak voor het eindsignaal van de wedstrijd komen de coach van Zwolle en de scheidsrechter ongelukkig en vol met elkaar in botsing.
Foto: Pedro Sluiter
Redactie: Mark de Rooij

(door Mark de Rooij)

ZWOLLE – Bert Bunnik nam heren 1 van Hockeyclub Zwolle drie jaar geleden mee op reis. Vanaf de dag dat de gelauwerde trainer/coach binnenkwam bij de fusieclub heeft hij gehamerd op de topsportmentaliteit. Dat hij daarbij niet alleen maar vriendjes heeft gemaakt spreekt voor zich, maar met een plaats in de overgangsklasse is het niet voor niks geweest.

“Het is warm hoor, nu, op het hockeyveld”, zegt Bert Bunnik, gezeten op het terras bij Dutch Golf te Hattem. Na drie seizoenen HC Zwolle is de oud-bondscoach van Pakistan en trainer van meerderde hoofdklasseclubs, om maar eens wat te noemen, blij dat de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen aan hem voorbij gaan. Even niet meer bezig zijn met dat ene doel: van HC Zwolle een stabiele overgangsklasser maken. “Ik heb geleerd dat het moeilijker is om met Zwolle te promoveren en in de overgangsklasse te blijven dan met Bloemendaal kampioen van Nederland te worden. Ik vind dat we echt wel wat gepresteerd hebben. Ik denk dat die jongens dat ook wel inzien.”

Bijna een week na de botsing met de scheidsrechter tijdens de promotie/degradatiewedstrijd tegen Myra heeft Bunnik nog altijd een licht pijnlijke ribbenkast. Het is maar een klein offer in het licht van drie jaar hard werken aan topsportbeleving met spelers die dat niet gewend zijn, bij een club die geen topsporttraditie heeft.

De westerse mentaliteit, het is een term die de hockeyvolgers regelmatig voorbij hoorden komen in gesprek met Bunnik. Onderdeel daarvan is dat je elkaar de waarheid vertelt, recht voor z’n raap, zonder de gevoelens van die ander te sparen. Normaal in de (topsport)beleving van Bunnik, maar niet voor de spelers van Zwolle. Het was niet het enige dat weerstand opriep in de werkwijze van Bunnik bij de zes jaar oude fusieclub. Het constante hameren op het maximale eruit halen, op het willen verbeteren van jezelf, op het brengen van offers voor de sport. Het werd bepaalde spelers wel eens te veel.

Verschil met prestatieclub

“Ik neem beslissingen die niet altijd in het voordeel van iedereen zijn. Dilemma: als coach wil je dicht bij de spelers staan om warmte te voelen en te geven, aan de andere kant moet je voldoende afstand hebben om objectief te kunnen oordelen. Direct commentaar geven zit dus niet in deze cultuur. Dat wil zeggen: aan deze kant van het land. Bij een prestatieclub als Amsterdam of Bloemendaal is het veel vanzelfsprekender dat je rechtstreeks commentaar krijgt. Ik heb ervaren dat er maar een paar jongens in deze groep zijn, die daar mee overweg kunnen. Anderen hebben daar moeite mee. Het is ook niet makkelijk als je ouders steeds zeggen dat je heel goed bent, en de coach zegt tegen jou: ‘maar het kan beter’.”

Volgens Bunnik is de moderne sporter, de topper althans, iemand die zichzelf voortdurend opnieuw uitvindt, constant zoekt naar manieren waarop het beter kan. En bovenal een keiharde werker.

Wijnproeverij

“Als je sport op hoog niveau wilt bedrijven, moet je voldoen aan de voorwaarden die de sport daarvoor stelt. De trainers en coaches zijn er om daarbij te helpen. Als je kiest voor sport, moet je eerlijk zijn en zeggen: kan en wil ik voldoen aan de voorwaarden die sport op dat niveau stelt? Te gauw ontstaan discussies over oefenstof, personen. Allemaal zo makkelijk. Het moet bij jezelf beginnen. Als je dat nooit geleerd hebt in de jeugd en je krijgt dat erbij in de senioren. Dan is dat nieuw. Het is voor mij heel raar dat spelers op dit niveau tijdens de competitie wedstrijden niet spelen vanwege hun stage, of niet spelen vanwege een wijnproeverij. Ik vind dat raar. Er is een speler die niet speelde omdat hij een heel weekeinde examentraining had in Leiden. Ik vind dat je dat gewoon goed moet plannen. Als je kiest voor een commitment bij heren 1, dan moet je dat gewoon doen. Vind ik lastig, dat kan bij een hoofdklasseclub niet voorkomen. Bij ons wel.

Net zoals een speler niet bij trainingen of een oefenwedstrijd is omdat oma jarig is. Je kunt toch ook na of voor de training naar oma’s verjaardag? In die zin is de absolute beleving die topsport vraagt, nog niet bij iedereen geland. Een grote groep is goed op weg, maar of die groot genoeg is om dat nu al waar te maken, is de vraag."

Klaar voor topsport?

Aan de accommodatie ligt het in ieder geval niet. Bunnik is laaiend enthousiast over de plek van HC Zwolle op het Hoge Laar. “We hebben in Zwolle een fantastische accommodatie, écht. Een van de betere in Nederland. Ze noemen ons wel Klein Rotterdam omdat wij een tribune hebben aan één kant en daar heb je een tribune aan twee kanten. Maar een mooie accommodatie alleen is niet genoeg om een topclub te zijn.”

Bunnik denkt dat Zwolle nog een jaar of drie, vier nodig heeft om de doelstelling van stabiele overgangsklasser waar te kunnen maken. “In het beleidsplan HC Zwolle staat een plaats bij de eerste zes in de overgangsklasse anno nu. Dat is super ambitieus en niet realistisch op dit moment. Daar hebben we de spelers en de infrastructuur niet voor. En het verloop van de competitie wijst uit dat dit nu niet haalbaar is."