De Swollenaer

Zaterdag, 14 maart 2026

Nieuws uit Zwolle en omstreken

'De gretigheid om terug te keren in de hoofdklasse was groter dan de angst'

'De gretigheid om terug te keren in de hoofdklasse was groter dan de angst'
Trainer Arno Hoekstra voor het clubhuis van vv Berkum.
Foto: Pedro Sluiter
Redactie: Mark de Rooij

(door Mark de Rooij)

ZWOLLE - Wat hem bij het Steenwijker d’ Olde Veste ’54 meermalen net niet lukte, de stap maken van de eerste klasse naar de hoofdklasse, flikte Arno Hoekstra bij Berkum al in zijn eerste seizoen. Een kampioenschap dat volgens de jonge, maar ervaren trainer aan een zijden draadje hing.

Bij zijn derde club als hoofdtrainer (na Olde Veste en FVC) boekt Hoekstra het grootste succes uit zijn trainersloopbaan tot dusverre. Een succes dat niet tot stand kan komen zonder de ervaringen die hij in de tien jaren daarvoor als trainer heeft opgedaan. De nuances die hij legt, het werken op gevoel in bepaalde situaties, de benadering van belangrijke wedstrijden. Hoekstra raakt de juiste snaar bij zijn spelers, past de hoofdlijnen aan daar waar nodig en plaveit daarmee de weg naar het kampioenschap. “Ik denk dat weinig mensen beseften dat het succes van afgelopen seizoen aan een zijden draadje hing”, zegt de trainer uit het Friese Oldeberkoop.

In de dop geknakt
Hoekstra is pas veertig, maar heeft er al tien jaar als trainer op zitten. Het gevolg van een in de dop geknakte voetballoopbaan bij SC Heerenveen. Door kraakbeenbeschadiging laat hij zich naar eigen zeggen twee, drie keer opereren. “Het is nooit meer goed geweest na de eerste operatie”, aldus Hoekstra, die nog terugkeert in Oldeberkoop om te voetballen bij Sport Vereent. Een seizoen waarin hij meer dan dertig doelpunten maakt, maar tevens tot de conclusie komt dat voetballen op niveau niet meer gaat. Op zijn twintigste begint hij met trainen, bij de jeugd. Via Sport Vereent en FC Wolvega komt hij bij de A1 van d’ Olde Veste ‘54 terecht, vervolgens bij het tweede en daarna bij het eerste.

Voor zijn komst naar Berkum traint Hoekstra de eerste elftallen van Olde Veste en zondagclub FVC. Bij de vv Berkum vindt hij het juiste gevoel, net zoals hij deed bij zijn vorige clubs. "Ik ben als trainer wel kritisch in waar ik terecht kom. Ik vind dat je je moet verdiepen in een club. Het moet ook bij je passen. Als die klik er niet is, kun je niet doen wat je wilt." Hoekstra doet de dingen naar eigen zeggen op gevoel. “Dat is moeilijk uit te leggen. Het sociale, het warme, voor elkaar klaar staan. Ik ben in die zin niet anders gewend.”

Littekens
De vorige drie seizoenen hebben hun littekens achter gelaten bij de spelers van Berkum. Vooral de ontknoping van het laatste seizoen -bovenaan op doelsaldo, maar beslissingswedstrijd om kampioenschap verliezen en vervolgens ten onder in de nacompetitie- slaat een wond bij de echte Berkummers, mannen als Chris en Marc van der Meulen bijvoorbeeld. “Je zag wel dat de groep nog niet klaar was voor het nieuwe seizoen. De sfeer in het begin was niet zo goed. Zo reëel moet je ook zijn. We werden nog uitgeschakeld in de beker door VSCO ‘61, een derdeklasser. Dus zo goed was het in het begin nog niet. Door de successen die we behaalden (zoals de eerste periodetitel, MdR) is het gevoel in de groep steeds beter geworden.”

Als trainer die zich vantevoren altijd in een club verdiept kende hij de recente geschiedenis en de vurige wens van de vereniging om terug te keren in de hoofdklasse. “Je merkte binnen de selectie en ook binnen de club dat het zo graag naar die hoofdklasse terug wilde. Ik zei op een gegeven moment: ‘het moet geen obsessie worden.’ Die druk probeer je weg te nemen en ik denk dat dit wel aardig gelukt is. Van wedstrijd tot wedstrijd zijn we dat gaan bekijken. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Het zat diep. Berkum heeft vorig jaar wel een tikkie gehad”, merkte Hoekstra. “Vooral bij de eigen jongens, die zoveel historie in deze vereniging hebben en dolgraag weer met Berkum naar die hoofdklasse willen, deed het heel veel pijn. Maar ik denk dat de gretigheid om naar die hoofdklasse te gaan groter was dan de angst dat het weer niet zou lukken.”

Trainersvak ervaringsvak
Hoekstra: “Het trainersvak is een ervaringsvak, maar dat besefte ik op mijn dertigste ook nog niet. Maar als je leergierig bent wordt je altijd een betere trainer. Je moet vasthouden aan je eigen visie, maar je brengt nuance aan. Als je net van de cursus afkomt (TC1), heb je het volste vertrouwen dáárin. Opbouwen, periodiseren enzovoort. Het is wel een goede basis, maar je merkt dat het niet heilig is. Bij Berkum zijn we veel meer overgegaan op individuele periodisering en dat heeft heel goed uitgepakt. Je zag wel dat we redelijk fris zijn gebleven.”

Op het randje
“Ik denk dat de meeste mensen niet doorhadden dat het voor ons aan een zijden draadje hing. Maar dat hebben we wel binnenskamers weten te houden. Want we moesten er met sommige spelers echt om denken. Die zaten op het randje. Johnsen (Bacuna, goed voor 20 competitietreffers, MdR) zeker. Die had een peesklacht in zijn knie, heeft een tijdje niet getraind. Kreeg een spuit in z’n knie en van daaruit ging het beter. Met Marc van der Meulen ook veel moeten middelen. Jorben Nieuwenhuis en Jasper Bremmer waren aan het kwakkelen. Tegen Hulzense Boys moest Jasper tachtig minuten spelen omdat Jeroen van Brummen ook geblesseerd was geraakt. Dat ging net goed, maar dat had ook de andere kant op kunnen vallen. Dan was het een heel ander verhaal geweest.”