ZWOLLE – “Het is jullie taak om mij te laten praten”, beweert Max Caldas in het Landstede Sportcentrum, waar dit jaar de derde CSE College Tour plaatsvond. Er blijkt echter weinig voor nodig om de spraakmotor van de hockeycoach (van het Nederlands elftal) te laten ontbranden.
Na de eerste twee edities in het CSE-gebouw, naast het stadion, staat presentator Gerard Marsman donderdagavond in het ‘Theater van de Sport’ om, naast Caldas, de sprekers Gert-Peter de Gunst/Reinder Nummerdor en Moniek Kleinsman/Mineke Vegter aan te kondigen. Voetballer De Gunst en volleyballer Nummerdor met als thema ‘carrière na de sport’ en Kleinsman/Vegter (schaatster/sportarts)over ‘sport en gezondheid’. De aanwezige ouders/begeleiders, want daar is de avond voor bedoeld, kunnen twee van de drie ‘colleges’ bijwonen. "Een initiatief dat drie jaar geleden is begonnen met het idee om iets terug te geven aan de omgeving. En iets dat we de komende jaren nog verder gaan uitbouwen", stelt Landstede-directeur Thomas van der Staak.
'Wot doe je dan met die spelers?'
Met de hockeystick als wandel- en aanwijsstok in de aanslag pakt de Argentijn Caldas de aanwezigen in met zijn gepassioneerde betogen over het trainersvak. Over (voetbal)trainers die een uitspraak als ‘je bent zo goed als je materiaal’ als excuus gebruiken (“wot doe je dan met die spelers von maandag tot en met vrijdag?”), over het belang van blijven leren voor spelers, trainers en sportbonden (“degene die dat niet doet, is gezien. De toppers blijven hun hele carrière leren”) en over zijn bedenkingen over de behandeling van talenten. De macht van de bond en van grote clubs is hem een door in het oog. Volgens hem is de stap naar een grotere vereniging (de bundeling van talent) niet altijd de juiste. Caldas pleit voor meer grote vissen in kleine vijvers. “Daar leer je keuzes te maken voor een ploeg, leer je een leider te zijn.”
Op de vijfde rij zit Bert Ebbens, naast Ignacio Tuhuteru en David Endt, en die is het niet met de bondscoach eens. Het hoofd opleidingen van PEC Zwolle is er heilig van overtuigd dat “talenten beter worden van het trainen met andere talenten.” Caldas werpt tegen dat het lang niet allemaal ‘talenten’ zijn die naar grote clubs worden gehaald. En het afbraakrisico is ook groot. Bovendien spelen/trainen ze bij de nationale jeugdteams al, met andere talenten, op hoog niveau. Laat het talent langer in zijn eigen omgeving en laat hem uitgroeien tot leider voordat hij de stap hogerop maakt, is het advies van Caldas.
Het is een mooi voorbeeld van hoe de initiators van het Centre for Sports & Education en Landstede MBO Sport & Bewegen het graag zien. Een inspirerende spreker die door het publiek wordt uitgedaagd zijn standpunt te verdedigen.

