(door Jeroen Kuiper)
ZWOLLE - Op zijn gemakje slentert hij na afloop van PEC Zwolle-NEC (2-0) door de catacomben van het MAC3PARK stadion. Gehuld in thermoshirtje, slidingbroekje en slippers. Dat het vriest, deert Ouasim Bouy niet. Hij is blij dat hij thuis is, in Zwolle.
Ja, hij heeft een ander rugnummer (15 om 8). En ook zijn plekje in de kleedkamer is ingepikt door een ander. Voor het overige heeft Bouy (23) het idee alsof hij niet is weggeweest uit Zwolle. Nou is het ook niet zo dat de eerste maanden van dit seizoen de positieve herinneringen aan PEC hebben verdrongen bij de Amsterdammer. Eerder zelfs versterkt. Na zijn succesvolle jaar in Zwolle kiest Bouy ervoor om zijn geluk te beproeven bij Palermo. Het weer is uitstekend en de club is ook niet verkeerd. De gemaakte afspraken worden alleen niet nagekomen, meent de huurling van Juventus. De trainer die hem gehaald heeft, Davide Ballardini, zit al snel weer werkeloos thuis. En Bouy? Die krijgt amper twee invalbeurten in de Serie A. "Laat ik dit zeggen: het is niet voor niets dat ik zelf heb gevraagd om de overeenkomst te beëindigen."
Wat rest is het besef dat de volgende keuze de juiste moet zijn. Bouy heeft sinds zijn overstap van Ajax naar Juventus in 2012 al de nodige clubs als huurling versleten. "Ik moet ergens regelmatig gaan spelen. Daarom moest ik goed nadenken: binnen- of buitenland, verhuur of ergens een langdurig contract tekenen?", legt hij uit.
Bouy kiest op de slotdag van de transfermarkt toch weer voor Zwolle. "Ik heb het hier zo fijn gehad. Hoe de supporters met mij omgaan, ik ken hier iedereen. Dat heb ik nodig."
De prestaties van PEC Zwolle zijn tot begin januari grotendeels langs hem heen gegaan. "Al heb ik nog wel wat geappt met mensen van de club. En ook met jongens als Lars (Veldwijk), Thomas (Lam). Dat Zwolle toch wel lager staat dan andere jaren. Dat viel wel op."
Bouy als verdediger
Met Bouy als verdediger in de ploeg wint PEC Zwolle zowel van Sparta (2-3) als van NEC. Zijn voetballende vermogen doet de achterhoede goed. "Ik sta er voor het team, al weet iedereen dat ik een middenvelder ben. Soms wil ik ook te graag voetballen, ga ik mee naar voren en doe ik een trucje. Dan roepen mijn ploeggenoten al. Twee wedstrijden, zes punten. Daar hoop je op. Als we zo doorgaan, zijn we snel weg uit de gevarenzone."








