De Peperbus wordt wel gezien als hét icoon van de stad Zwolle. Natuurlijk heeft de 75 meter hoge toren ook zijn onzichtbare plekjes en verhalen.
De koningsstijl
In 1537 besloten de kerkmeesters de dan aanwezige toren verder te verhogen met een lantaarn. Het verhogen van de toren werd opgedragen aan bouwmeester Simon Penet. Al spoedig bleek dat de bouw veel meer zou kosten dan vooraf was berekend. Penet werd beschuldigd van fraude en vertrok met de noorderzon. Zijn opvolger is stadsbouwmeester Jacob van Collen. Hij voorziet de toren van een ruim veertien meter hoge lantaarn van baksteen en Bentheimer zandsteen. In 1540 kwam het werk in aangepaste vorm voorlopig gereed. De spits ontbrak echter. Pas aan het einde van de zeventiende eeuw werd de toren van een uivormige bekroning voorzien. Na een brand in januari 1815, waarbij de bekroning geheel uitbrandde, moest de gehavende lantaarn lang op herstel wachten. Het duurde tot 1828 voordat voldoende geld bijeen was gesprokkeld om tot restauratie over te gaan. Stadsbouwmeester H. Klinkert ontwierp een koepelvormig dak met een houten balustrade. Door de nieuwe bekroning van de torenspits kreeg de toren al snel de bijnaam Peperbus. Min of meer verborgen, op de koningsstijl in de kapconstructie, staat de naam van stadsbouwmeester Klinkert gebeiteld.
Het watervat
In 1891 besloot de Zwolse gemeenteraad om in eigen beheer water te gaan winnen op de hei bij Heerde op de Veluwe. Na de winning en eventuele zuivering werd het drinkwater opgeslagen in ondergrondse rein waterreservoirs. Met pompen werd het water door het leidingnet getransporteerd. Voor het handhaven van een constante druk op het leidingnet kan een hooggelegen reservoir in de vorm van een watertoren goede diensten bewijzen. Door de watervoorraad in het reservoir worden drukverschillen opgevangen. In 1892 werd de watertoren aan de Turfmarkt, die momenteel wordt herbestemd, in gebruik genomen. De voormalige watertoren op de Turfmarkt was echter niet het enige hoge reservoir dat het gemeentelijk waterbedrijf in gebruik had. In 1909 werd in de Peperbus ook een reservoir aangebracht. In de jaren ‘60 van de vorige eeuw is het vat verwijderd. Bij de laatste restauratie van de Peperbus zijn de nog aanwezige staalwerken die aan het watervat herinneren geconserveerd.
Tekst: Erfgoed gemeente Zwolle

