BINNENSTAD – Er is licht in de duisternis rond de samenwerking van het Stedelijk Museum Zwolle (SMZ) en het Historisch Centrum Overijssel (HCO). Nadat anderhalve week geleden bekend werd dat het SMZ als organisatie zou moeten verdwijnen, hebben beide partijen een nieuwe constructie op het oog.
Museumdirecteur Marc den Hertog is zichtbaar opgelucht als hij donderdag over de opening in de besprekingen vertelt. “Ik maakte me echt zorgen. De keuze van het college van burgemeester en wethouders voor de zogenoemde variant D bracht voor ons veel onduidelijkheid met zich mee. Wat betekent deze keuze voor ons personeel, het gebouw en de collectie?”
Het antwoord op die vragen lijkt eenvoudiger na een vergadering, woensdag, met het HCO. “Het verhaal is een stuk duidelijker”, volgens Den Hertog, die het resultaat van de vergadering betitelt als ‘goed nieuws’. “Iedereen wil natuurlijk een gezamenlijke basis om verder aan het werk te gaan. Onduidelijkheid voor het SMZ verhinderde dat. We konden niet instemmen met het voorgestelde scenario, maar blijven wel meewerken aan nader onderzoek. Opening bood de constructie die het HCO met de IJsselacademie heeft. Die organisatie werd ook opgeheven en als nieuwe stichting binnen het HCO voortgezet. Voor een dergelijke constructie staan wij ook. Dan zou ook de functie van ons museum een eigen plek binnen het HCO krijgen en kan dan verder.”
Die nieuwe stichting zou volgens Den Hertog een ‘Raad van Toezicht-model’ moeten krijgen, waarvan Arie Slob, directeur van het HCO, dan de directeur-bestuurder wordt. Er wordt zorgvuldig bekeken welke medewerkers en bestuurder van het museum een plek krijgen. “Het is nog een plan op hoofdlijnen”, benadrukt de museumdirecteur. “Maar het is een belangrijke opening. We weten dat deze ontwikkeling onze organisatie raakt. Ook het personeel is zich daarvan bewust. Niet iedereen zal mee kunnen. Een museum heeft echter mensen nodig als bijvoorbeeld een conservator en een educatief medewerker. Nou, die hebben we al. Dit is voor ons dus een belangrijke basis om op door te gaan.”
Beide organisaties stellen nu een kwartiermaker aan die een ‘soort concreet businessmodel’ gaat uitwerken. Den Hertog: “De wil tot samenwerking is er nog steeds. Door deze opening staan we niet zo meer tegenover het gekozen scenario. Ik vind het op deze wijze kansrijk en de moeite waard om door te gaan.”
In de vorig jaar, door de gemeenteraad aangenomen, cultuurnota werd duidelijk dat het museum vanaf 2018 jaarlijks 300.000 euro moet bezuinigen. Een kwartiermaker, begeleid door Den Hertog en Slob, onderzocht de voorkeursoptie uit de nota en kwam met vier varianten. “Twee waren sowieso niet haalbaar en hij koos uiteindelijk voor variant D, die werd overgenomen door het college. Die komt er in het kort gezegd op neer dat de huidige organisatie van het SMZ ophoudt te bestaan en dat het HCO verantwoordelijk wordt voor de Zwolse cultuurhistorie. Met daarbij de bezuinigingsopgave”, legt Den Hertog uit. “De onduidelijke gevolgen daarvan baarde ons grote zorgen.”
In het nu door het college gekozen plan, zou Museum de Fundatie verder haar ‘museale kennis’ voor het SMZ benutten. “De Fundatie doet het ontzettend goed en ik ben bij dat het er is”, vervolgt Den Hertog. “Maar het is natuurlijk een heel ander museum. Ik waardeer het als partner en sta zeer open voor samenwerking.” Zijn idee om vooral de samenwerking aan te gaan met andere musea in de Hanzesteden Kampen en Deventer blijft. “Dit idee komt door de opening die we nu hebben gevonden in een ander licht te staan. Deze samenwerking is nog een verkenning en we gaan er ook wel mee door. Samenwerking in kennis is immers nooit weg, maar deze constructie staat nu niet meer tegenover de samenwerking met het HCO.”
Den Hertog hoopt dat de nieuwe kwartiermaker in de loop van het voorjaar meer duidelijkheid kan verschaffen over de plannen. “Het personeel van het SMZ zit al zo lang in onzekerheid. Met het huidige programma kunnen we de werkdruk net aan. Vergeet niet dat we eerder al 150.000 euro hebben bezuinigd. In 2016 hadden we negen tentoonstellingen. We krijgen vaak het verwijt dat we ons te weinig laten zien. Nou, wie dat nu nog beweert, moet echt naar de oogarts. We ontvangen ruim 30.000 bezoekers per jaar. Aangezien de studenten in de Bruisweken met minder mensen komen, zijn we per saldo gegroeid. De ontvangen entreegelden zijn hoger en we trekken jonger publiek.”

